JOHANN BACH (1604-1673)
Unser Leben ist ein Schatten
voor solisten, koor en basso continuo
JOHANN SEBASTIAN BACH (1685-1750)
Komm, Jesu komm BWV 229
voor twee koren en basso continuo
DIETRICH BUXTEHUDE (ca. 1637-1707)
Jesu, meines Lebens Leben BuxWv 62
voor solisten, koor en orkest
BAS HEIJNE
Essay
HEINRICH BIBER (1644-1704)
Requiem in f
voor solisten, koor en orkest
Nederlandse Bachvereniging solisten, koor en orkest
Jos van Veldhoven dirigent
Lauren Armishaw sopraan
Marjon Strijk sopraan
Barnabás Hegyi contratenor
Robert Buckland tenor
Jelle Draijer bas
er is géén pauze
einde van het concert ca. 20.50 uur
er worden opnamen gemaakt ten behoeve van een dvd-uitgave en uitzending door BravaNL/BravaHDTV
Toelichting op programma
De in de Bohemen geboren componist en violist Heinrich Ignaz Franz Biber von Bibern werkte een groot deel van zijn leven in Salzburg. Zijn verdiensten voor het schrijven van de kerkmuziek voor de machtige Salzburger Dom waren zo groot dat hij in de adelstand werd verheven. Dit resulteerde in de nobele verrijking van zijn naam met ‘von Bibern’. Biber componeerde zijn Requiem in f na 1692, een exact jaartal is niet meer te herleiden. Overeenkomstig de toen heersende koorpraktijk worden zangers gescheiden in een solisten- en een ripieno-koor. De strijkinstrumenten krijgen een volledige zelfstandige functie, de trombones spelen ‘colla parte’ de koorpartijen. De sombere en melancholische toonsoort f mineur karakteriseert de stemming van een diepbedroefde die weent om de dood van een dierbare. Naast rouw klinkt ook een intense smeekbede om hoop en vergeving van zonden. En gevoed door een diepgeworteld geloof bejubelt Buxtehude in zijn cantate tevens een rotsvast vertrouwen in een nieuw begin.
Het motet Unser Leben is ein Schatten is van Johann Bach, een oudoom van Johann Sebastian. Johann Sebastian Bach schreef zijn begrafenismotet Komm, Jesu komm, vermoedelijk in 1731/32, op een gedicht van Paul Thymich. De poëzie inspireerde Bach – in de woorden van Philipp Spitta – tot “een even grandioos als ontroerend toonbeeld van teder doodsverlangen”. Componist en orgelvirtuoos Dietrich Buxtehude lokte Bach in 1705 naar Lübeck. Buxtehude was succesvol als componist van weelderige kerkconcerten, uitgevoerd tijdens openbare ‘Abendmusiken’. In de tekst van zijn cantate Jesu, meines Lebens Leben wordt Jezus een bruidegom genoemd. Híj draagt de doornenkroon om zijn geliefde, de mensheid, de erekroon te kunnen laten dragen. Na een korte instrumentale inleiding klinkt een passacaglia waarboven de zangstemmen zich bewegen. Op de cadans van een basso ostinato zingt de geliefde de bruidegom toe en dankt hem, duizend, duizendmaal.