Jheronimus' uitvaart

Wanneer Jheronimus van Aken alias Bosch werd geboren is niet zeker, omdat dergelijke gegevens vroeger niet werden genoteerd. Waarschijnlijk zag hij ergens tussen 1450 en 1457 het levenslicht. Over zijn sterven zijn we beter geïnformeerd. Weliswaar is de exacte datum van zijn overlijden niet bekend, maar zijn uitvaart werd gehouden op woensdag 9 augustus 1516. Op het moment dat hij zijn laatste adem uitblies zal hij dus tussen de 58 en de 66 jaar zijn geweest. Voor iemand uit zijn milieu was dit een normale levensverwachting. De Bossche kroniekschrijver Albertus Cuperinus schreef dat er in die tijd pleuritis in de stad heerste “daer menich mens af storft”. Hij voegde daar nog aan toe dat het leek alsof de pest rondwaarde, zoveel slachtoffers vielen er te betreuren. De doodsoorzaak van Bosch staat niet vast, maar onder de vele sterfgevallen toentertijd waren onder meer zijn buurman, een vriend en een neef. Pleuritis, ook pleuris of borstvliesontsteking genaamd, kan besmettelijke oorzaken hebben en gaat gepaard met stekende pijn op de borst, koorts, benauwdheid en hoesten. Als Bosch inderdaad na een ziekbed overleed, zal er ongetwijfeld een priester aan zijn sterfbed zijn geweest om hem te ‘bedienen’ en hem voor te gaan in het gebed der stervenden.

Een tastbaar bewijs dat Bosch tijdens zijn leven was doorgedrongen tot de stedelijke elite vormde zijn lidmaatschap van de Lieve Vrouwe Broederschap. Deze religieuze broederschap, die op dat moment al twee eeuwen bestond, organiseerde de uitvaart. Dankzij de uitzonderlijk goed bewaarde archieven van deze Mariabroederschap kennen we veel details over deze dag. De grafdelvers verspreidden het nieuws onder de medebroeders van Jheronimus. Gehuld in hun zwarte kovels en gekleurde kaproenen en getooid met het zilveren lidmaatschapsinsigne kwamen de broeders bijeen in de nog onafgewerkte Sint-Janskerk. Daar had de Broederschap haar eigen kapel, die nog altijd met een hek is afgesloten van de rest van de kerk. Op 9 augustus 1516 werd op die plaats de uitvaartmis gezongen door deken Willem Hameker in het bijzijn van een diaken en een subdiaken. De afrekening vermeld verder priesters, zangers, kosters, roededragers, grafdelvers, de kokkenluider, orgelblazer (die de pompen bediende zodat de organist kon spelen) en de koorknapen. De aanwezigheid van armen buiten het hek die op eigen initiatief of op verzoek kwamen bidden voor de overledene konden op een aalmoes rekenen. In totaal kostte de uitvaart 27 stuivers, iets meer dan het weeksalaris van een geschoolde arbeider. De kosten werd door de Lieve Vrouwe Broederschap betaald.

Na de dienst vertrok de stoet naar de begraafplaats, pal naast de kerk. Vermoedelijk was het in die tijd gebruikelijk om niet de kortste route te nemen, maar er een plechtige processie van te maken. In de stoet zal Aleid van de Meervenne hebben meegelopen, de weduwe van Bosch. Ook zijn jongere zus Herberta, de enige overlevende van de vijf kinderen uit het ouderlijk gezin was mogelijk aanwezig, net als zijn schoonzus Katharina en Johannes en Anthonis, de zonen van zijn inmiddels overleden broer Goeswinus. Meer familie had Jheronimus niet. Vele tientallen leden van de Broederschap zullen ook aanwezig zijn geweest. Onder hen waren onder andere Peter van Os en Jan van Vladeracken, die beide werden geportretteerd door (het atelier van) Bosch. Andere vrienden, medewerkers en belangstellenden sloten daarbij aan.

Peter van Os

Peter van Os

Op 1 december van hetzelfde jaar komen Aleid, zus Herberta en de neven Johannes en Anthonis bijeen om de erfenis te regelen, die uitsluitend uit roerende goederen bestaat. In praktijk waren Jheronimus en zijn vrouw Aleid op huwelijkse voorwaarden getrouwd en aangezien zij het huis had ingebracht maakte dit geen deel uit van de erfenis. Ondanks zijn grote reputatie als kunstenaar heeft het er alle schijn van dat Jheronimus Bosch slechts weinig bezittingen achterliet.

Dood

de Dood
meer