Jheronimus' tijd

Jheronimus leefde van ca. 1450 tot 1516, in een spannende tijd. Met nieuwe ontdekkingen en ontwikkelingen, met rampspoed en voorspoed. En met een belangrijke rol voor de kunsten, Jheronimus’ kunsten.

 

Aan het einde van de vijftiende eeuw wordt Nederland langzaam gevormd uit de onafhankelijke gebieden. In de lage landen neemt de welvaart toe, de kunst groeit (met de handel) tot grote hoogten, de uitvinding van de boekdrukkunst zorgt voor een kennisrevolutie die te vergelijken is met die van het internet zes eeuwen later.

 

Maar de vooruitgang kent donkere randen, het is ook een tijd zonder medische wetenschap: elke ziekte kan leiden tot verminking of zelfs de dood. Kleine en grote oorlogen teisteren het platteland rond de steden, stadsbranden leggen honderden houten huizen in de as.

 

Het leven biedt Jheronimus, inmiddels ambachtsman in goeden doen, echter zeker ook leuke kanten. Samen eten bijvoorbeeld, dé manier om iets te vieren. Van rekeningen weten we dat vlees, vis en gevogelte daarbij vaak overvloedig aanwezig zijn. Dat smaakt. Zeker met het bier van een van de vele stadsbrouwerijen of de dure, geïmporteerde wijnen.

 

De gegoede burgerij gaat gekleed in slijtvaste, vaak mooi gekleurde kleding uit laken (een bewerkte wollen stof) van hoge kwaliteit. Elke stand draagt zijn eigen hoofddeksel, onder de dunne leren schoenen zitten houten trippen ter bescherming.

 

Het weekend bestaat alleen uit de zondag, maar er worden veel meer kerkelijke feestdagen dan nu gevierd. Op sociale ontmoetingsplaatsen als de Markt en de Sint-Jan is het altijd druk, zolang het zonlicht schijnt.

meer