Jheronimus' opdrachtgevers

Zijn opdrachtgevers

Doordat ’s-Hertogenbosch in de Middeleeuwen veel inwoners had die fortuin hadden gemaakt in de handel, kwamen handelaren van heinde en verre naar de stad. Voor Jheronimus betekende deze zeer welgestelde groep ongetwijfeld een grote kans op opdrachten.

Van tenminste één werk, Aanbidding der Koningen, weten we met zekerheid dat de opdrachtgever een handelaar was: Petrus Scheyfve. Maar ook van enkele andere wereldberoemde schilderijen van Jheronimus kennen we de opdrachtgevers.

Aanbidding der Koningen

Aanbidding der koningen

Op het linkerluik van Jheronimus’ drieluik Aanbidding der Koningen is de opdrachtgever met zijn wapen en devies (‘Een voer al’) afgebeeld: Peeter Scheyfve, een succesvolle lakenkoopman uit Antwerpen. Op het rechterluik staat de heilige Agnes, symbool voor Scheyfve’s tweede echtgenote Agnes de Gramme. Omdat Scheyfve’s eerste vrouw in 1491 overleed en Agnes de Gramme uiterlijk in 1498, kunnen we concluderen dat Aanbidding der Koningen tussen 1491 en 1498 moet zijn gemaakt.

Johannes de Doper en Johannes op Patmos

Johannes de Doper

In 1475 overlegden de beroemde beeldsnijder Adriaen van Wesel en Jheronimus’ vader Anthonius van Aken over een nieuw te maken altaarretabel voor de kapel van de Lieve Vrouwe Broederschap in de Sint-Jan. Toen Van Wesel het snijwerk af had, beschilderde Jheronimus de luiken met de heiligen Johannes de Doper en Johannes Evangelist, die beide als patroon van de kerk werden vereerd. Recent onderzoek laat zien dat op een luik (onder een enorme distel naast Johannes de Doper) een geknielde man was geschilderd. Waarschijnlijk is dit Jan van Vladeracken, de toenmalige proost (voorzitter) van de Broederschap.

Tuin der Lusten

Tuin der Lusten

Het drieluik Tuin der Lusten is zeer waarschijnlijk door een lid van de familie Van Nassau bij Jheronimus besteld. Mogelijk Engelbrecht II van Nassau, die een vertrouweling was van Bosch-bewonderaar hertog Philips de Schone. Of zijn opvolger Hendrik III van Nassau. Beiden waren bovendien aanwezig in 1481 in 's-Hertogenbosch tijdens het 14e Kapittel van de Orde van het Gulden Vlies.

Andere opdrachtgevers

In 1504 bestelde hertog Philips de Schone een groot Laatste Oordeel bij Bosch. In een museum in Boston wordt een Ecce Homo in de stijl van Bosch bewaard. De opdrachtgever ervan was Pieter van Os, gezworen broeder en stadssecretaris. Hoewel het schilderij niet als origineel wordt beschouwd, is het wel mogelijk dat het in het atelier van Bosch is vervaardigd. Er zijn, al dan niet overschilderde, opdrachtgevers te zien op het drieluik van de Gekruisigde Martelares, op een Calvarie met schenker en de Ecce Homo. Geen van hen is tot dusverre geïdentificeerd.

meer