Blog: De jeugd van Jheronimus

Over de jeugd van Jheronimus Bosch is zo goed als niets bekend. Hij groeide op aan de Markt, waar zijn vader in februari 1462 het pand De Kleine Winst kocht. Dit was het familie-atelier van Van Aken. Het gezin van Antonius van Aken en Aleid van der Mynnen bestond uit vijf kinderen: drie jongens en twee meisjes. De jongste was het meisje Herberte (1452) en de oudste Katharina(1442). Jheronimus moet met zijn broers Goessen (1444), Jan (1448) en zussen op straat hebben gespeeld en vooral hebben getold. Het slaan van de houten voorwerpen met een ijzeren punt aan de onderzijde was een geliefde bezigheid. De tollen draaiden het best op de gladde grafzerken, maar ook het stadhuis met zijn traptreden daagde de Van Akens uit.

Looprek

Kinderen, zo vonden de archeologen in de Bossche binnenstad, speelden met houten ballen, dobbelstenen, speelschijven, speelkoten, hoepels, stokpaardjes en tinloden miniatuurtjes
Op de achterzijde van het paneel De Kruisdraging staat een naakte jongen achter een looprek. In zijn rechterhand houdt hij een windmolentje vast. Het is onduidelijk of de jongen het Kind Jezus of een eenvoudige kleuter was. Heeft Jheronimus zo leren lopen? Het leren lopen was ‘het primaire doel van de opvoeding’. Het kind moest zich zo snel mogelijk zelfstandig in huis leren bewegen, waardoor de ouders weer tijd hadden voor andere bezigheden. In de 18de eeuw beschouwde men het rechtop lopen van de mens als een belangrijk onderscheid met dieren. Over de grond kruipen was dierlijk gedrag. Als het kind ook nog kon praten, werd het een echte mens.

Leerde Jheronimus Bosch zo lopen achter dit rek?

Looprek
meer