Blog: Oorlog tegen Gelre

De Brabantse stad ’s-Hertogenbosch heeft zaterdag 23 april een schertsoorlog gevoerd tegen de Hollandse stad Heusden. De eeuwenoude ruzie over de Maas werd diezelfde dag nog opgelost met het tekenen van een vredesverdrag. Vroeger ging dat anders. Oorlog was vervelend, slopend, kostbaar en verdrietig. ’s-Hertogenbosch voerde als Brabantse frontierstad veel oorlogen. Niet alleen met Holland, maar vooral met Gelre. Het hertogdom Gelre wenste zich niet neer te leggen bij de suprematie van Brabant, Bourgondië en Habsburg.

Jheronimus Bosch wist niet beter dat zijn stadsgenoten werden opgetrommeld voor militaire expedities tegen Gelre. Maximiliaan van Habsburg riep in 1481 zoveel Bossche ambachtslieden en neringdoenden op dat de laagschout Lambert Millinck klaagde over een verlaten stad. Hij kon nauwelijks meer als rechter/politiechef aan de boeten verdienen waarvan een vast percentage in zijn zakken terecht kwam. Er waren teveel Bossche mannen afwezig.

Jheronimus betaalde heel wat belastingen voor deze Gelrese oorlogen. De stadseconomie leed onder de plundertochten; boerderijen en akkers werden platgebrand. De handel werd geblokkeerd. Hertog Filips de Schone probeerde eerst via diplomatiek overleg het conflict met Gelre te beëindigen, maar in 1504 veranderde hij van koers. Hij besloot voorgoed af te rekenen met hertog Karel van Gelre.Gelre werd veroverd, een wapenstilstand in Tiel volgde. Karel van Gelre zou, beloofde hij, Filips naar Spanje volgen. Aan deze laatste verplichting onttrok hij zich echter, hij besloot met hulp van Frankrijk de strijd voort te zetten.

In 1508 ondernam de stad ’s-Hertogenbosch op eigen kosten een expeditie naar het sterke slot Poederoyen, dat oostelijk naast Loevestein lag. Vanuit dit slot deed Gelre gevaarlijke uitvallen in het Brabantse en Hollandse Maasgebied. De Bossche milities stonden onder commando van generaal Rudolf van Anhalt. Een maand lang werd het slot met mortieren beschoten. Om ontzet te voorkomen bezetten Bossche manschappen strategische stellingen op de Lithse Ham en het slot Oyen.

Op 3 juni 1508 gaven de Gelrese soldaten zich over. Het Bossche leger besloot daarna het slot Poederoyen met de grond gelijk te maken. Maximiliaan die kort daarna op 28 juli ‘s-Hertogenbosch bezocht, was zo dankbaar over deze Bossche militaire inzet bij Poederoyen dat hij de stad beloonde om voortaan de Habsburgse dubbele adelaar boven het stadswapen te voeren. Bovenop de huidige stadsput is deze adelaar te bewonderen.

Jheronimus Bosch moet heel wat boerderijen in de omgeving van ’s-Hertogenbosch tijdens de Gelrese oorlogen hebben zien branden. Mensen vluchten uit paniek weg. Dit is te zien op het middenpaneel De temptatie van de Heilige Antonius.

Dieske

Op het Herman Moerkerkplein aan de Binnendieze staat de fontein van de plassende Dieske, naar een ontwerp van de bouwmeester Alart Duhamel. Het Bossche jongentje Dieske zou volgens de in 1999 te vroeg overleden archivaris Peter Jan van der Heijden tijdig alarm hebben geslagen, toen Gelderse soldaten stiekem de Binnendieze wilden oversteken. Daarmee werd een onverwachte overval voorkomen. Peter Jan van der Heijden bedacht samen met Paul van der Vorst deze overlevering om namens de politieke groepering Knillis de stad ‘s-Hertogenbosch een mooi jubileumcadeau te kunnen aanbieden: een fontein aan de Binnendieze. Wat Peter Jan uiteraard niet verzon, was het eeuwenlange conflict tussen de hertogdommen Brabant en Gelre.

meer