Blog: Onze Majesteit staat het dichtst bij Jheronimus Bosch

Koning Willem-Alexander heeft vrijdag12 februari de expositie Visioenen van een genie geopend. Hij heeft als zwanenbroeder van de Illustre Lieve Vrouwebroederschap een bijzondere band met de Sint-Jan en de stad ’s-Hertogenbosch. Net zo intensief als zijn moeder, prinses Beatrix. “Majesteit, U staat van de Nederlanders het dichtst bij Jheronimus Bosch”, zei Christ Dercon directeur van Museum Boymans Van Beuningen in 2001 bij de opening van de Jeroen Bosch-expositie. Verbaasd keek de toenmalige koningin Beatrix, maar na de toelichting dat zij als prinses in september 1967 de grote expositie in ’s-Hertogenbosch had geopend, én dat zij evenals Jheronimus Bosch lid was van de Illustre Lieve Vrouwebroederschap, sloeg haar verbazing om in een glimlach van trots.

De band van de Oranjes met ‘s-Hertogenbosch gaat terug op een lange traditie, tot in de 16de eeuw. Wanneer Willem van Nassau, sinds 1544 prins van Oranje, in de Broederschap werd opgenomen, is onduidelijk. Vaststaat wel dat de Broederschap een tinnen wijnkan met het wapenschild van ‘Heer Willem van Nassau Heer van Breda etc’ bezit. In september 1556 was Willem in ‘s-Hertogenbosch de gast. Het stadsbestuur bood hem een maaltijd aan in de Gaffel, het stadswijnhuis naast het Stadhuis aan de Markt. Ook de Broederschap nodigde de toen 23-jarige hoge adviseur van koning Filips II uit voor een diner. Zangers en een organist luisterden de maaltijd met muziek op. In de zomer van 1562 bezocht Willem opnieuw de stad en bij die gelegenheid verzocht de Broederschap hem als echtgenoot van de gravin van Van Buren de traditie van zwanenbroeder voort te zetten. Dat betekende dat hij zwanen, kostbare vogels, voor de jaarlijks zesde Broederschapsmaaltijd schonk.

Tuin der Lusten

De dynastie Van Nassau had al eerder een bijzondere belangstelling voor de Bossche schilder. ‘De Tuin der Lusten’ het bekendste en grootste paneel van Bosch, helaas ontbrekend op de expositie, bevond zich in de schilderijencollectie van deze adellijke familie. Op 30 juli 1517 bracht kardinaal Luigi d’Aragona een bezoek aan het paleis van Nassau in Brussel, waar hij o.a. het merkwaardige drieluik aantrof. “Er zijn mooie schilderijen te zien…enkele schilderijen met verscheidene grilligheden, als nabootsingen van de zee en de lucht, van bossen en velden, en veel andere dingen, alsof ze allemaal uit een schelp te voorschijn komen, andere die kraanvogels najagen. Verder ziet men er mannen en vrouwen, blanke en zwarte in diverse standen en op diverse wijzen uitgebeeld, vogels en dieren van allerlei soort, volledig naar de natuur weergegeven. Het zijn allemaal zaken, die zo behaaglijk en fantastisch zijn, dat we er geen idee van hebben hoe we ze op begrijpelijke wijze zouden kunnen beschrijven”, schreef de Italiaanse secretaris Antonio de Beatis in diens reisbeschrijving.

Het paneel had nog geen naam, maar was ongetwijfeld ‘Tuin der Lusten’. Het kwam in 1538 terecht bij René van Chalon en daarna in 1544 via de erfenis bij Willem van Nassau. Hertog van Alva liet tussen 1567 en 1568 de goederen van de opstandige Willem van Oranje, waaronder de schilderijen, in beslag nemen. Prior Don Fernando van Toledo, bastaardzoon van Alva, verkreeg het fantastische paneel, waarna het in handen kwam van koning Filips II.

Tuin der Lusten

linker paneel Tuin der Lusten

Het linkerpaneel, met het huwelijk van Adam en Eva in het goddelijk paradijs. Dit beroemde drieluik stond in het paleis van Willem van Oranje te Brussel, totdat de hertog van Alva het in beslag nam.

meer