Blog: Drie koningen

Drie koningen, drie koningen, geef mij unne nieuwe hoed, hoed, hoed.

Het nieuwe jaar begint voor de Bossche kinderen pas echt met Driekoningen. Op zondagmiddag 3 januari trekt een lange stoet vanaf de Markt naar de Sint-Jan. Herders met schapen, ruiters te paard, Caspar, Melchior en Balthasar op kamelen gaan vooraf aan de honderden kinderen met lampionnen. Ze zingen uit volle borst: Drie koningen, drie koningen./ Geef mij unne nieuwe hoed, hoed, hoed./Want munne ouwe die is versleten./En mun vader die mag ’t nie weten./En mun moeder die is nie thuis./Piep,zeet de muis/Al in ‘t zomerhuis

Deze lampionnentocht, een traditie uit 1935, trekt voorbij het standbeeld van Jheronimus. De drie koningen en hun gevolg logeren en komen uit Hotel Central. Twee panden verder aan de Markt woonde en werkte ruim 500 jaar geleden Jheronimus. Het stenen huis is te zien op het schilderij ‘De Lakenmarkt van ’s-Hertogenbosch’ van ca. 1530. Het had meerdere verdiepingen met een leien dak.
De Markt was een voorname en rijke buurt van vooral adellijke families. De huishuurwaarde lag hier het hoogst. Tijdens de belastingsopgaven van 1507/1508 werd Jeroen die maelre aangeslagen voor een bedrag van 3 gulden 10 stuivers. Dit was een behoorlijke aanslag, ruim twee maal bijvoorbeeld de gemiddelde aanslag voor de bewoners van het fiscale blok De Kerkstraat. In deze buurt van boekondernemers, kaarsenmakers en zilver- en goudsmeden die bekend stond als een buurt van zelfstandige middenstanders, bedroeg de aanslag toen rond 19 stuivers.
De armste buurt binnen de Bossche stadsmuren was die rond de Weversplaats. Ze betaalden de minste belasting en daar woonden de meeste ‘paupers’ dicht op elkaar in een eenvoudig houten huisje. Daar was het brandgevaar het grootst.

De Groote Ketel

De huiselijke haarden en de ‘bedrijfovens’ van bakkers, ververs en andere ambachten waren een voortdurende bron van gevaar. Op 13 juni 1463 zorgde een onvoorzichtige lakenverver voor een enorme stadsbrand. Hij woonde in het pand De Groote Ketel (nu de hoekwoning van de Verwersstraat/ Waterstraat). De oostenwind wakkerde het vuur aan en dreef de vlammenzee over de Verwersstraat richting de Markt. Het schilderatelier van Van Aken bleef bespaard, maar de stadsbrand van 1463 moet op de dertienjarige Joen en zijn broers en zussen ongetwijfeld veel indruk hebben gemaakt.
Het Bossche stadsbestuur trof direct maatregelen om herhaling van zo’n ramp te voorkomen. Er kwam een verbod op het dekken met stro. Binnen tien jaar mocht er geen strooien dak meer in de stad aanwezig zijn Het stadsbestuur loofde ook premies uit om de daken te dekken met lei. Per roede kreeg iedere huiseigenaar 40 stuivers voor lei uitgekeerd, terwijl voor het aanbrengen van daktegels niet meer dan 24 stuivers. Dit sloeg aan. In het eerste kwartaal na bekendmaking van de maatregel meldden zich bijna 150 eigenaren bij de leidakmeesters aan. De Bossche bestuurders financierden deze maatregel door verhoging van de accijnzen op bier, wijn en mede (honingdrank). Pas veel later in 1615 stimuleerden ze de vervanging van houten gevels door stenen.

Aanbidding der koningen
meer